Overhaal

Het is een milde, nazomerse dag. Zonnetje. Briesje. Heerlijk om dan in rustig tempo door de stad te fietsen. Ik pak de volle twee kilometer van het Amsterdamse Vondelpark en laaf me aan de ontspannen sfeer van het langzame verkeer. Maar dan moet ik, helaas, het park uit, rechtsaf de Amstelveenseweg op. De overgang is groot, want altijd is het daar druk. Na zo’n driehonderd meter voegt zich die andere drukke straat zich erbij, de Overtoom. Daarna persen beide verkeersstromen zich samen op de brug over de Kostverlorenvaart. 

Er staat een file. Een botsing op de brug. Eén van de twee auto’s staat half op het fietspad. Een handhaver dirigeert de fietsers naar de overkant van de brug, waardoor het daar volloopt. Ik voeg me in de stroom. Even staan we met z’n allen stil. Mijn oog valt op een mysterieus ogend beeld vlak naast me, geplaatst op de flank van de brug. Het verbaast me dat ik het nooit eerder heb gezien, terwijl ik door de jaren heen hier toch best vaak heb gereden. Op zich is dat, zo houd ik mezelf verontschuldigend voor, ook wel logisch, want in deze hectische flessenhals ben je vooral bezig met navigeren. Maar aan de andere kant, en dat vooral, besef je weer eens hoe halfbewust en dromerig je vaak voortbeweegt in het dagelijkse leven. 

We sukkelen de brug over en ik zie een tweede, vergelijkbaar beeld. Het dringt tot me door dat deze brug een verborgen verhaal wil vertellen. Ik parkeer mijn fiets en loop rond om meer gegevens boven water te halen. Ik maak een serie foto’s en zoek naar een titel van de beeldengroep en wie die gemaakt heeft. Maar er is niets te vinden, behalve de naam van de architect van de brug (Pieter Lodewijk Kramer), het bouwjaar (1947) en de stijl (late Amsterdamse School). 

Thuis duik ik het internet op en vind uiteindelijk meer informatie. Het blijkt te gaan om een werk van Hildo Krop (1884-1970). Tientallen jaren was hij stadsbeeldhouwer van Amsterdam en verfraaide talloos veel bruggen met zijn kunstwerken. Het uit graniet gebeitelde werk op deze brug draagt de wat cryptische titel Overhaal. En daar blijkt een mooi, oud verhaal achter te zitten! Lange tijd, vanaf de veertiende eeuw, was er op deze plek geen brug te vinden maar een dam, nodig om het lagere waterpeil buiten de stad te scheiden van dat in de stad. Schippers met handelswaar meerden hier aan, want aan de andere kant van de dam liep het water van de (in 1904 gedempte) Overtoom, richting de oude stad. Om de goederen daar te kunnen brengen stond op de dam lange tijd een ingenieuze constructie. De naam ervan was ‘overhaal’, wat een synoniem is voor ‘overtoom’: een sleephelling, schuin aflopend aan beide zijden van de dam. De schepen werden met lieren en touwen, schuivend over rolronde stammen, over de dam getrokken, aangedreven door een groot rad. En dat laatste gebeurde niet machinaal, maar door de spierkracht van sterke mannen. 

Een ander voorbeeld van een ‘overhaal’ in Amsterdam (briefkaart uit circa 1900)

Hildo Krop symboliseert dit oude verhaal op ontroerende wijze. Want de sterke mannen die het rad bedienden vergrootte hij uit, om hun fysieke kracht weer te geven. Maar misschien wilde hij ook die eenvoudige, hardwerkende lui emanciperen en lof toezwaaien. In de negentiende eeuw verdween de overhaal en dus ook de sterke mannen. De eerste brug verscheen. 

Een paar dagen later besluit ik terug te keren naar de plek, met mijn nieuwe ogen. En dus fiets ik weer door het Vondelpark en sla rechtsaf, richting brug. Natuurlijk is het dan onvermijdelijk dat het kinderliedje naar boven komt. Want wie kent het niet?

Schuitje varen, theetje drinken

Varen we naar de Overtoom

Drinken we zoete melk met room

Zoete melk met brokken

Nee, die brug aan het eind van de Overtoom is niet zómaar een plek. Er werd gehandeld, er was een uitspanning, de mensen stonden stil om naar het overhevelen van de schepen te kijken. In tegenstelling tot nu was dit een plek waar je juist wilde verwijlen. Je dronk of at er wat, bijvoorbeeld zoete melk met brokken (waarmee waarschijnlijk broodpap werd bedoeld).

En dan is er dat laatste, vreemde zinnetje van het lied. Als kind begreep ik het al nooit:

Kindjes mogen niet jokken.

Maar er bestaat ook een alternatieve tekst:

Om tien uur slaan de klokken. 

Dat klinkt beter, minder moralistisch en begrijpelijker. Want om tien uur klonken vanuit de stad de klokken, ten teken dat de stadspoorten dicht zouden gaan. En dus moest je haast maken om thuis te komen want anders raakte je letterlijk buitengesloten!

Ik parkeer weer mijn fiets en loop naar het beeld. Losjes leun ik tegen het bootje dat Krop uit het graniet hakte. Ik concentreer me en probeer het ronkende en stinkende verkeer weg te denken. Best een klus, maar het lukt. Het wordt stil. Ik visualiseer het grote rad, die overhaal. In de verte zie ik de torens van de oude stad in de lucht prikken, aan de andere kant ligt het weidse panorama van de veenweiden. Dit is een echte grensplek. Dwars door alles heenkijkend voel je dat dit een overgangsplaats is, ook in overdrachtelijke zin. Hier ervaar je het verschil tussen, wat in het Engels zo mooi heet, space en place. Met Google Maps bij de hand zijn de coördinaten van deze space in een vloek en een zucht gevonden: 52,35786° noorderlengte en 4,85487° oosterbreedte. Maar vooral is het hier een place waar de meetbare, kwantificeerbare wereld voor even verdwijnt. Waar Chronos voor een moment plaatsmaakt voor Kairos. Waar je mensen van vroeger ziet, zoete melk drinkend, zich vergapend aan de boten die door een reuzenrad van het ene naar het andere water worden ‘overgehaald’. 

3 gedachtes over “Overhaal

  1. Jaap's avatar Jaap

    Een prachtig “klein” verhaal! Ik had nog nooit van overtomen en overhalen gehoord. Beetje googelen levert prachtige plaatjes op. En er zijn in Nederland nog wel een paar overtomen intact, zie ik. En er wordt zelfs nog over gedacht om ze te bouwen.

Geef een reactie op Leo Aussems Reactie annuleren