Kamperen is uit de mode

Kamperen is uit, althans het ‘toeristisch kamperen’: zóveel bij je hebben dat je mobiel (te voet of met de fiets) een volgende kampeerplek kunt bereiken. Alleen een selecte groep zal dat blijven doen, de rest beweegt zich voort in caravans en campers volgestouwd met ‘dingetjes’.

Dingetjes.

Misschien is dát wel vakantie: het verplaatsen van dingetjes. Mijn belangrijkste dingetje van dit jaar was een nieuwe zwembroek. Ik had nog zo’n oude, met lange pijpen, maar daar kun je niet meer mee aankomen. Op naar een nieuwe, wat trouwens nog een hele klus was. Want waar koop je een zwembroek? Uiteindelijk kwam ik terecht bij Perry Sport, tijdens één van die loeihete dagen van juli. Tweede verdieping, onder het dak, geen airco. Daas van de hitte vond ik uiteindelijk een rek. Moedeloos keek ik naar de hangertjes. Opzichtige opdrukken, schreeuwende kleuren.
Een verkoopster liep op me af en vroeg waarnaar ik op zoek was.
‘Een zwembroek …’
‘Voor uzelf?’
‘Ja …’
‘Maar,’ zei ze, licht gegeneerd. ‘U staat bij de rekken met junior …’
‘Junior?’
‘Ja … dit zijn zwembroeken voor kinderen …’
Het was te warm om me te schamen.
Een paar rekken verderop vond ik een bescheiden rijtje met zwembroeken voor volwassenen. Ik kocht een eenvoudige, intuïtief en snel, want ik wilde naar buiten, weg uit die sauna.

Pas thuis zag ik dat er tóch een tekst op de zwembroek stond … Speedo … ik zag mezelf al lopen over de camping … de mensen op de klapstoelen zouden naar me wijzen, elkaar aanstoten en lachen … voor de zekerheid het merk op internet nagezocht … een meevaller! Speedo blijkt een gerenommeerd merk te zijn, aanbevolen door Michael Phelps, het beest dat tijdens de Olympische Zomerspelen in Peking acht gouden medailles won. Op de website zegt hij: ‘I want to test my maximum and see how much I can do. I want to change the world of swimming.’ Kortom: een schot in de roos, die zwembroek.

De vakantie brak bijna aan. Mijn dingetjes waren ingepakt, inclusief de nieuwe Speedo. Voor het vertrek die twijfel of je alles wel bij je hebt. Toch maar even het internet op, gegoogled op het woord ‘paklijst’ … de ANWB: ‘Vul de ANWB Paklijst kamperen in en vink aan wat u mee wilt nemen’. En dan gebeurt er iets vreemds. Ik ben toch bewoner van deze planeet? Waarom ken ik dan niet alle dingetjes die op de paklijst staan? Bijvoorbeeld: een ‘digikluis’ … nee … ik wil het ook niet weten … heb je vast weer inlogcodes en wachtwoorden voor nodig. Op de lijst nóg een onbekend woord. Een fraai woord, waar je niet omheen kan … een skottelbraai! Dat blijkt zo’n zwart, UFO-achtig ding op pootjes te zijn. Je kunt ermee koken, bakken, grillen, barbecueën, wokken. Werkt op gas, dat is wel zo veilig tegen bosbranden en geen gedoe meer met spiritus … zo werkt het bewustzijn … je leert een nieuw woord en een onbetreden universum opent zich … overal zie je ze staan, bij huizen, tenten, caravans, campers … zo blijkt maar weer: het is ons beperkte bewustzijn dat ons scheidt van de Totale Kennis.

Skottelbraai.

Terug naar de paklijst van de ANWB … confronterend … nóg meer woorden bleek ik niet te kennen … steunpoten … slinger uitdraaisteunen … hulpspiegels … disselweger … Geen twijfel mogelijk: bij de ANWB staat kamperen gelijk met het je verplaatsen in caravan of camper. Lichtgewicht tentjes zijn uit en daarmee ook het toeristisch kamperen. Zo’n skottelbraai past niet in je rugzak en een ‘satellietschotel/-ontvanger’, die ook op de ANWB-paklijst staat, is te groot voor je bagagedrager.

En dan breekt de vakantie aan. Lange, heerlijke dagen vertoef je in veld, bos en heuvels, zwem je met de nieuwe Speedo in prachtige meren. Maar tegen de avond breekt het onvermijdelijke moment aan: je moet naar een camping. Ja hoor … daar zijn ze, bij tientallen, de skottelbraaien en disselwegers. Er waren zelfs twee mannen die een Speedo droegen!

Tentje opgezet en even weg voor een avondwandeling. Bij terugkomst stond er een caravan pal naast ons. Merkwaardig, want er was ruimte genoeg. De mensen waren niet kwaadwillend, maar kleine tentjes blijken buiten het bewustzijn van de moderne kampeerder te vallen. Ze zien je gewoonweg niet. Maar niet getreurd! Van de nood heb ik maar een deugd gemaakt en me verdiept in de verschillende vervoers- en verblijfsmiddelen op de camping. Op de onbetwiste eerste plaats staat voor mij Hymer. Dat is echt een turbomerk! Ik zag zelfs een exemplaar met een inpandige schuur, waarin twee brommers stonden. Binnen flitste de breedbeeldtelevisie, op het dak draaide de satellietschotel. Een paar dagen later kwam ik van de Hymer-collectie zelfs het beste paard van de stal tegen, de Hymer Liner. Werkelijk, dat is een mastodont! Op de website van de fabrikant staat een ode: ‘My home is my castle. Waarheen u ook onderweg bent, met de Hymer Liner slaat u overal een goed figuur. Alleen al het uiterlijk getuigt van de charmante discretie en functionaliteit in de luxueuze Premium-categorie.’ Daar kun je met je tentje niet tegenop: ‘Twee bagageruimkleppen die toegang bieden tot een doorlopende, vlakke dubbele vloer, drievoudige ruitenwisser op het panoramaraam. Functionele oplossingen in dynamische, markante vormen.’

De Tyrannosaurus stond bij de uitgang van een camping. De eigenaar stapte de receptie uit, kwam trots aanlopen en sloeg, aan de blikken van de omstanders te beoordelen, inderdaad een ‘goed figuur’. Hij klauterde naar binnen, sloeg de deur met een breed gebaar dicht en reed weg. Op de achterkant las ik zijn lijfspreuk, die met plakletters onder de merknaam Hymer was aangebracht: Unser 5 ***** Sterren Hotel.

Het Tijdperk van het Toeristisch Kamperen ligt achter ons. Alleen idealistische organisaties, zoals de onvolprezen NTKC, zullen dit oude ambacht in ere houden. Als mensheid zijn we definitief beland in het Tijdperk van de Dingetjes. Steeds meer paardenkrachten zullen we nodig hebben, steeds meer ruimte, om alles te kunnen verplaatsen. Het is een wonderlijk Tijdperk, waarin de mens zich wel verplaatst maar in feite niet van huis is. Want van thuis neem je zoveel mogelijk mee. In het Tijdperk van de Dingetjes reis je zonder te vertrekken.

8 gedachtes over “Kamperen is uit de mode

  1. Dit alles had je kunnen voorkomen door gewoon de fiets naar Spanje te pakken. Hopend je hier nog eens ooit te zien. Met Speedo-zwembroek uiteraard, want wij hebben een zwembad (zonder Skottelbraai, dat ook nog)

  2. Joke

    Wij hadden een jaar of vier niet gekampeerd en waren verbaasd over nieuwe geluiden op de camping. Het eerste geluid zag er uit als een soort handwals die knisperend over het grindpaadje werd voortgetrokken. Een omgekeerde u-vormige stang waartussen caravanbezitters een op een biervat lijkend tonnetje klemden en die zij achter zich aantrokken. Ik was nieuwsgierig en heb aan zo’n bezitsters gevraagd wat het was. De Engelse dame – gelukkig hebben Engelsen humor! – wilde best antwoorden: You don’t wanna know! … Het was hun chemisch toilet. Een mooie uitvinding.

    Op een ander nieuw geluid zijn we ook afgegaan. We zagen bij de Schotse vader dat het een elektrisch luchtbeddenopblaasapparaat was. Toen ze weggingen gebruikten ze het weer: het apparaat zoog de luchtbedden weer totaal plat. (Was het blazen vroeger niet juist een reuze sociaal gebeuren? Het ene kind kreeg met tegenzin traag zijn luchtbed vol, terwijl de ander er een competie van maakte….)

    En dat naast alle soorten barbeques die in het weekend uit gezinsauto’s en campers tevoorschijn kwamen en de hele camping een Asterix-achtige sfeer meegaven van gebraad na een overwinning.

    Ik was geschokt toen ik in het RTL-nieuws het nieuwe kamperen zag: wel een tent, maar met vaste wc, een bad en een kookeiland (‘toch wat minder geforceerd dan een hotel’, zei de bewoner). Dan de tenten die in een boom hingen als grote uien, of de ronde tenten. ‘Zo kan je met een verhaal thuis komen, mensen willen wat anders’, propageerde de eigenaar van deze camping voor verwende mensen zijn product.

  3. Joke

    Op het RTL-nieuws was kortgeleden een stuk over een nieuwe trend. Niet meer kamperen maar ‘glamperen’ = ‘glamourous camperen’.

  4. Jaap

    Godfried Boomans zei al: “wij reizen niet meer, wij verplaatsen ons”. Jij stelt vast: we nemen gewoon ons thuis mee. Je moet eens in de USA kijken. We komen daar elk jaar en rijden dan met een SUV door de woestijnen en over de zogenaamde dirt roads van Utah. Overal kom je hun mobile homes tegen, letterlijk giga-bussen met inderdaad een schuurtje met daarin twee squats.En achter het voertuig slepen ze hun auto voort. En bij het tankstation zie je de gasoline naar binnen kolken. We zagen die dingen menigmaal op een camping waar we waren, ‘landen’, als UFO’s. Zijcompartimenten worden uitgeklapt, satellietantennes uitgeschoven, airco’s gaan zoemen en … niemand komt naar buiten. Het kan gebeuren dat er de hele avond en nacht niemand uitstapt. Op echte zogenaamde campings voor RV (Recreation Vehicles) staan ze met tien-, honderdtallen pal naast elkaar, soms met maar een paar meter ertussen. Die hebben geen plekje nodig om te zitten of zo. En als de braai tevoorschijn komt, maakt HIJ de spullen gaar en brengt ze naar binnen. Echt, als een UFO landen, naar de beren kijken en weer wegwezen. Die beren kwamen dan overigens op ons af, want het voedsel dat wij in onze auto hebben, kunnen ze tenminste nog ruiken.

  5. Frans Olofsen

    Twee jaar terug, in het voormalige Oost-Duitsland, waren we op een aardige camping, met, een beetje postcommunistisch, een gigantische gemeenschapsruimte. Heel leuk en sociaal. Denk je dan. Maar niemand ging erheen, de stoelen stonden bovenop de lange tafels. Iedereen zat in de eigen burcht-met-wielen, satellietschotel op het dak.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s