Imitatio Ornithologica (deel 2)

image

Ook op de tweede dag van mijn Imitatio (klik hier voor deel 1) is het stralend en behaaglijk warm nazomerweer. Ideale omstandigheden voor een fietstocht. Welgemoed reis ik af naar het eindpunt van de vorige etappe, tevens de plek waar Larus landinwaarts trok, vlakbij de kernreactoren van Petten. Vanaf hier zijn grote delen van mijn route een compromis tussen de in zuidoostelijke richting vliegende vogel en het asfalt dat daar grillig tegenin loopt.

Soms is Larus kilometers ver van me weg, vliegend boven weilanden, dan weer kruist hij in een flits de weg waarop ik rijd. Pas op de Westfrieseomringdijk gaan we een paar kilometer gelijk op. Ik prijs me gelukkig met zijn keuze … wat een fraai cultuurlandschap is dit! Dijk & polders & water & donkergroene koolvelden. Net als in de Grafelijkheidsduinen lijkt het geen toeval dat hij hier vliegt. Langs de dijk liggen meertjes, rust- en vergaarplekken vol met eenden, ganzen en meeuwen … ik voel Larus nabij en kijk omhoog … daar vliegt hij … boven deze eeuwenoude dijk die zich, 126 kilometer lang, kronkelend een weg baant door West-Friesland. Zeven eeuwen geleden snoof je hier de zilte zeelucht op, zag je buitendijks de stromingen van eb en vloed …

image

En ineens zwenkt hij af, over akkers, richting Tuitjenhorn. Ik heb het nakijken. In het dorp, nuchter West-Fries en met een koolgestuurde economie, kom ik hem weer tegen en rijd mee naar het industriegebied. Vreemd: voor de hoge loodsen staat een metershoge groene papegaai. Ik weiger me te laten vermoeien door zoveel absurditeit en rijd het terrein op, tot de ingang van wat een recreatiepark blijkt te zijn, het Van Blanckendaell Park. Een informatiebord geeft aan wat er allemaal te doen is: speeltuin, boerenmuseum, zwembad met familieglijbaan en een dierenpark … vandaar natuurlijk die papegaai langs de weg!

Gekrijs in de lucht.

Een meeuw.

Direct ga ik erachteraan, langs donkere, verlaten ogende loodsen. Nog nét zie ik hoe hij daalt en verdwijnt achter de omheining van het recreatiepark. Op mijn telefoon – handig toch dat mobiele internet – vind ik de plattegrond van het park. Het lijkt erop dat hij is geland bij een vogelvijver bevolkt met, zo lees ik, eenden, duiven, zwanen, ganzen, reigers, kraanvogels, ibissen en pelikanen. Slim! Op zo’n plek is ongetwijfeld eten te vinden. Dat kunnen Zilvermeeuwen ook al: voedsel afpakken van tropische vogels … maar laat ik niet teveel dralen … de dag glijdt tussen mijn vingers door … ik moet vaart maken … net als Larus … want op zijn nest gooien de jonkies hun kopjes achterover en sperren hongerig de bekjes … ze willen tikken tegen de oranje vlek op de onderkant van zijn snavel, zodat hij het voorverteerde voedsel opbraakt … ik zet mijn blik op oneindig … Warmenhuizen … Diepsmeerpolder … in Koedijk, gemeente Alkmaar, maar dorps ogend, kom ik, wonderlijke samenloop, langs het huis van H. en C.. Zij blijken pal onder de doorvliegroute te wonen. Misschien heeft hij wel op hun dak gezeten!

Ik bel aan.

De ontvangst is gastvrij en als een echte omnivore meeuw drink en eet ik wat voor mijn voeten ligt. Het is warm en gezellig, onder die parasol in de tuin. De zon brandt, de sfeer is lekker loom. Ik zak wat onderuit, maar ik verman mezelf en besluit weer op pad te gaan, anders komt die tocht nooit af! Bij mijn vertrek legt H. me uit hoe ik het snelst in Alkmaar kom, maar hij slikt zijn woorden in: ‘Ach ja … natuurlijk … jij volgt de meeuwenroute …’ Ik knik, een beetje ongemakkelijk, want laten we eerlijk zijn: dit is toch eigenlijk wel een raar project.

En terwijl mijn gevleugelde tochtgenoot losjes over daken vliegt, voor- en achtertuintjes passeert alsof het niets is en de kortste weg neemt over labyrintische woonerven, arriveer ik met verhitte remblokjes in het drukke centrum van Alkmaar. Daar vallen we weer even samen. Zonder twijfel heeft hij hier, op het fraaie Waagplein, gepauzeerd. Onder het genot van een Italiaans ijsje overzie ik de terrassen die zomers vol zitten. En ja hoor, je hoeft maar even omhoog te kijken om ze te zien zitten, de meeuwen, net als in Callantsoog, op lantaarnpalen, dakpunten, de ophaalbrug, de Waag …

image

Mijn ijsje is al lang op, als dan tóch gebeurt waarop ik de hele tijd hoop, nota bene vlak voor me, op het terras. Een forse Zilvermeeuw landt moedig op één van de parasols. Eronder zitten een gezapige man en even gezapige vrouw. Direct voel ik een instinctieve neiging om het voor de meeuw op te nemen. Irritatie schiet door me heen als de man een vadsige slok neemt van zijn biertje en een vlammetje opprikt. Bijna woede voel ik, als zij, even consumptief, een slok neemt van haar prosecco en eet van haar pomodorisalade met licht geroosterde pijnboompitten en buffelmozzarella, overgoten met extra vierge olijfolie van de eerste koude persing, op een bedje van rucola … zo moet het op de menukaart staan, denk ik gestuwd … en natuurlijk heeft de meeuw deze overdaad in de gaten. Voorzichtig waggelt hij naar de rand van de parasol, balancerend op het doorbuigende textiel … dat gaat mis … hij glijdt onderuit, buitelt over de rand, maar corrigeert zich met een acrobatische beweging, en vliegt weg … de vrouw schrikt en slaakt een hysterisch gilletje waarna de man, als reactie, begint te lachen, nee … schuddebuiken. In zijn opengesperde mond ligt een stukgebeten vlammetje. Omstanders beginnen mee te lachen. Het laatste restant objectiviteit vloeit uit me weg en ik trek compromisloos partij voor de meeuw … maar ik houd me rustig … kijk altijd eerst goed om je heen voordat je ingrijpt in heikele situaties … nee … hier zijn geen medestanders te vinden, iedereen heeft op zijn tafeltje wel iets te eten staan … en met een zelfkwellende precisie analyseer ik de consumpties in mijn directe omgeving … een broodje bieslook-roomkaas met kappertjes en avocado … gerookte kip met een huisgemaakte pesto en gemalen cashewnoten … wilt u dat geserveerd hebben met een pistoletje, waldkornbroodje, ciabatta, baguette, vloerbroodje bruin of Italiaanse bol?

Dus houd ik me in, daar op het Waagplein. Ik ben te laf om op een stoel te gaan staan en te schreeuwen hoe hard die meeuw wel niet aan het werk is. Ik zou over Larus willen vertellen. Dat hij helemaal op Texel een nest heeft en dat hij er misschien wel uitziet als een lefgozer, maar dat is uiterlijke schijn. Weet u wel, meneer Biervlammetje, dat Zilvermeeuwen aan het begin van de 20ste-eeuw nog bejaagd werden, dat de eieren werden gegeten en de veren geplukt? Dat ze weliswaar dertig jaar oud kunnen worden, maar gemiddeld de zes jaar niet halen? En dat ze maar een paar eieren leggen die, in de open, kwetsbare nesten die ze hebben, vaak leeggeroofd worden? En weet u, mevrouw Proseccorucola, dat meer dan de helft van de jongen kort na de geboorte sterft, door ondervoeding, predatie, hitte of zware regenval? En dat ze ook nog eens last hebben van vergiftiging, schadelijk afval en vislijnen? Dus, beste mensen op dit terras, ik vraag u vriendelijk deze meeuw niet uit te lachen … ze hebben zichzelf toch niet gemaakt?

Het is beter dat ik vertrek.

In zuidelijke richting verlaat ik de stad en kom terecht op het industriegebied Boekelermeer. Daar maakt Larus, zo zie ik op de kaart, een nieuwsgierig makende lus. Al snel is duidelijk waarom: er ligt hier een groot afvalverwerkingsbedrijf. Achter hoge hekken cirkelen honderden, misschien wel duizenden meeuwen rond. Ik stop bij een aanpalende, brede sloot en tuur naar de gemengde troep watervogels die erop rondscharrelt. Een bordje vertelt me dat ik aan de rand sta van een ‘ecozone’. Verboden te crossen. Om de natuurlijkheid van de desolate groenstrook te verhogen is het pad erdoorheen in een elegante slinger aangelegd. Want natuur is niet recht, maar krom, zullen de natuurontwikkelaars achter hun tekentafels bedacht hebben. Inmiddels is me duidelijk dat er permanent meeuwen heen en weer vliegen tussen de afvalverwerking en de sloot. Kortom, deze voor mensen zo ongezellige, verlaten plek is voor meeuwen juist ideaal: bergen afval gecombineerd met zoet water.

image

Nauwelijks weer op de fiets, houdt een fris en nieuw ogend industrieel complex me staande. Dikkere en dunnere buizen vlechten chaotisch in en door elkaar. Op een bord staat de naam van het bedrijf: Taqa Energy. Hoofdkantoor in Abu Dhabi … de tocht van Larus begint inmiddels hallucinerende proporties aan te nemen. Ineens bevind ik me in de Verenigde Arabische Emiraten! Op het terrein staat een opvallend object: een hoge witte toren, naar boven toe smaller wordend en eindigend in een ongemeen fraaie, getordeerde vorm. Misschien komt het door Abu Dhabi, maar de spiraal doet me denken aan een minaret. Maar er is niets religieus aan deze plek. Volgens het bord gaat het hier om ‘gasopslag’.

Gasopslag?

De wirwar van buizen geeft geen antwoord. Gelukkig valt mijn oog op een aantal gestapelde containers waarin een informatiecentrum blijkt te zijn gevestigd. De deur is op slot, maar een vriendelijke man met witte veiligheidshelm komt naar me toe en laat me binnen. En dan kom ik, dankzij Larus, terecht in de volgende parallelle wereld …

Direct leer ik een nieuw woord, poëtisch en raadselachtig van klank: ‘gasrotonde’. De veiligheidshelm ziet mijn vragende blik en begint met groot enthousiasme te vertellen. Nederland is een logistiek knooppunt van Europees aardgas. Honderden kilometers pijpleidingen uit Groningen, Duitsland, België, de Noordzee, Noorwegen en Rusland lopen door onze bodem, in een ring rondom het IJsselmeer. Vandaar het woord ‘rotonde’. Op een paar plaatsen slaan we in ons land gas op: Grijpskerk, Norg en Zuidwende. Vanaf 2015 gaat dat ook in Alkmaar gebeuren, op 2200 meter diepte, in een verlaten gasveld. Externe partijen kunnen vervolgens opslagruimte huren, gas in de zomer goedkoop aanschaffen en later, als het nodig is, met winst verkopen. Nederland Distributieland. ‘Kortom,’ zegt de witte helm, ‘gegarandeerde levering als het koud is, tegen een gunstig tarief.’ Hij glimt van trots: ‘Dit wordt de grootste gasopslag van Europa, goed voor 4,1 miljard kubieke meter, wat overeenkomt met het gasverbruik van 2,5 miljoen huishoudens!’
Het begint me te duizelen … hoeveel gas verbruik ik eigenlijk? Misschien moet ik even bellen naar Abu Dhabi, of Grijpskerk, of Norg, of Zuidwende …
Ik loop naar het raam en zie weer die fraaie, gespiraliseerde minaret. ‘Waar dient die toren eigenlijk voor?’
‘Dat is een ventiel …’
‘Een ventiel?’
‘Ja … als de druk van het ondergrondse gas te hoog wordt, laten we het ontsnappen in de lucht!’
‘En die spiraalvorm?’
‘Nuttig als het hard waait. De spiraal vangt de wind en laat de toren draaien, waardoor die meer kracht verdraagt. Zo blijft ie mooi rechtop staan!’
De helm komt naast me staan. ‘Mooi ding is het, vind je niet?’
‘Ja,’ vul ik aan, ‘vorm en functie vallen perfect samen … drukken elkaar uit … eigenlijk is de toren … kunst … industriële kunst …’
Ik kijk hem aan, een beetje gegeneerd over zoveel vaagheid. Maar hij knikt instemmend: ‘Ja … mannelijke kunst … pure anti-kitsch!’
We lachen en schudden, ter afscheid, hartelijk elkaars handen.

Op de fiets denk ik na over wat hij me óók nog vertelde: dat bijna de helft van de gasopslag in handen komt van het grootste aardgasbedrijf te wereld, Gazprom. Gevolg is dat de Russen vanuit Nederland gas kunnen gaan verkopen … vroeger of later gaat die gasrotonde problemen opleveren, dat voel je gewoon aan …

Niet lang na Taqa Energy rijd ik weer in het vertrouwde landschap. Slootjes met knotwilgen. Dijken met schapen. Een molen. Al die werelden doorkruist Larus, slim anticiperend op een grote variëteit aan voedselbronnen. En eigenlijk doe ik precies hetzelfde. Want een klein stuk in westelijke richting hoef ik maar van de Imitatio af te wijken om bij E. en A. te komen, in Egmond aan den Hoef. Daar krijg ik een fantastische avondmaaltijd voorgeschoteld. Als beloning vertel ik over Larus en zijn tocht van Texel naar Amsterdam, en terug. Breed spreid ik de kaarten uit met de ingetekende route en vertel over mijn belevenissen. Ze luisteren ademloos. Uiteraard. Want meeuwen zijn geniale verhalenvertellers.



Klik hier voor deel 3
De GPS-track van de Zilvermeeuw is afkomstig van http://www.vogelhetuit.nl.

5 gedachtes over “Imitatio Ornithologica (deel 2)

  1. André Rooijmans

    Mooi Frans, ‘k begin al een Larus-fan te worden! Die agressieve voorjaarsmeeuwen bij ons op het dak vind ik al lang zo erg niet meer…
    Als het beestje maar een naam heeft, he?!

    Dat werkte vroeger, toen de kinderen nog klein waren, ook bij ‘enge’ hommels, wespen, muizen en spinnen: Harrie, Willem, Miep en Sebastiaan waren ineens niet eng meer!

    Ik verheug me op deel 3!

    1. Frans Olofsen

      Je raakt de kern van het debat over dierenwelzijn, André. Toen in de negentiger jaren een zoogdier genetisch gemodificeerd werd, en de naam Stier Herman kreeg, vlamde het debat op. Hetzelfde gebeurde met het gekloneerde schaap Dolly. Beide staan nu opgezet in musea: Herman in het Leidse Naturalis en Dolly in Edinburgh. Nu kunnen we niet meer om ze heen!

  2. Dolly

    Mooi verhaal, ben benieuwd naar de volgende avonturen van Larus. Als een dier een naam krijgt, wordt het een soort vriendje. Ik ben nooit bang voor spinnen geworden omdat mijn vader ze een naam gaf. Hela, daar heb je Willem! Nog steeds blij om.

  3. Cilia Born

    Mooi, dit avonturenverhaal. Je hebt nu al gelijk gekregen over Gazprom. Poetin heeft de knuppel al in het hoenderhok gegooid!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s