De kortste dag

Kerst in Intratuin

Het is koud en al bijna donker op de woonboulevard. Auto’s rijden af en aan. De hectiek voor kerst. Mijn inkopen zijn gedaan, ik kan naar huis. Of zal ik nog even het filiaal van Intratuin binnengaan? Mijn twijfel smelt door de nostalgische geur van de oliebollenkraam, de talloze kerstlichtjes en de muziek … inderdaad … Bing Crosby … White Christmas

En ik sta binnen.

Als een zoete deken valt de kerstsfeer over me heen. Een eindeloze stoet aan spulletjes, prullaria, snuisterijen, klein en groot, gaapt me aan. Sterren. Kerstballen. Lichtsnoeren. Engeltjes. Bloemstukken met ballen. Echte kerstbomen en alternatieve kerstbomen. Het houdt niet op. In een aparte ruimte is een winters miniatuurlandschap gebouwd, inclusief bewegende kabelbaantjes, een reuzenrad en een echt stoomtreintje. Ademloos kijken jong en oud naar het tafereel. Ook in het met glühwein vernevelde restaurant is de sfeer stemmig, helemaal als ik mijn favoriete kerstlied hoor …

Rudolph the Red Nosed Reindeer
had a very shiny nose
and if you ever saw it
you would even say it glows

Dat is kerst in onze tijd: de kerstman neemt het op voor een rendier dat door de andere rendieren wordt gepest. Als compensatie voor al het leed mag hij de arrenslee trekken … eind goed al goed …

Zeker, er zijn planten in dit tuincentrum, maar ze lijken eerder decorstukken voor een fantasiewereld dan concrete levende wezens. Vreemd eigenlijk, bedenk ik me, voortslenterend, dat er nergens een spoor is te bekennen van het eigenlijke kerstverhaal. Geen koningen of herders, geen Jozef noch Maria, nergens een kribbe. Bij Intratuin stap je met zevenmijlslaarzen over 2013 jaren cultuurgeschiedenis heen en beland je in een voorchristelijke droomwereld.

Op de afdeling met hondenspullen trekt iets ongewoons mijn aandacht. Een rechthoekige bak die tot heuphoogte reikt. Op de achterwand staat de naam van de constructie: hondendouche. Nooit van gehoord. Ik lees de gebruiksaanwijzing. Je kunt een programma doorlopen. Afhankelijk van de knop die je indrukt komt uit de douchekop water met shampoo, water met conditioner of water met bestrijdingsmiddelen tegen vlooien en teken. Met een zwarte slang kun je tenslotte je huisdier drogen, zowel in een lage als hoge stand.

Hondendouche bij Intratuin

Ik baal dat ik geen hond bij me heb, want dit ingenieuze concept zou ik wel in werking willen zien! Maar, toeval of niet, een man, type fitte oudere, komt aanlopen. In zijn winkelwagentje zit een, zo te zien, lief, maar onooglijk, viezig en vormloos vuilnisbakkie.
‘Kom maar schatje … hier moeten we zijn!’
De man kijkt me aan en glimlacht. Hij is trots op zijn beestje.
‘En nu ga je erin … nee … je hoeft niet bang te zijn!’
Behoedzaam tilt hij het dier op, zet het liefdevol in de bak en gooit een paar munten in de gleuf van het apparaat.
‘Nou, droppie … nu gaan we je eens lekker schoonmaken … want dat wil het vrouwtje … anders kom je er thuis écht niet in!’
De douchekop spuit shampoowater. Binnen de kortste keren schuimt het hondje van kop tot staart. Ondertussen inspecteer ik het winkelwagentje. Er ligt een doos met kerstlampjes in: ‘IJspegelverlichting. Voor binnen en buiten, 300 lampjes, lengte snoer 5,90 meter.’ Verder, in schreeuwende kleuren, een ‘dirty dog doormat’ en een halsband, merk Hurtta.
‘En nu de conditioner …’
Gedwee ondergaat hij de behandeling.
‘Wat een schattig hondje is dat!’ zeg ik, om het ijs te breken. ‘Hoe heet hij?’
‘Tja … goede vraag … hoe zullen hem eens gaan noemen?’
‘Heeft hij dan geen naam?’
‘Schurkie … zo gaat hij heten!’
‘Schurkie?’
‘Ja … op de parkeerplaats krabde ie zich nog rot …’ Op samenzweerderige toon: ‘Hij probeerde steeds met mensen naar binnen te glippen … ook via mij … drie keer heb ik hem buiten weten te houden … maar toen zag ik dat ie geen halsband om had … en nu mag ie bij mij komen wonen … tenminste … als mijn vrouw het goedvindt …’
‘Dus die naam heeft u net verzonnen?’
‘Ja … maar aan dat schurken gaan we nu een einde maken … kom maar op jochie … de vlo- en teekpreventie!’
Ik ruik een ondefinieerbaar chemisch luchtje. Pesticiden?
‘En nu eventjes uitspoelen … we zijn bijna klaar … Schurkie!’
Dan gaat zijn telefoon over. ‘Oei … dat zal het vrouwtje zijn!’
Een harde, hoge, hysterische stem.
‘Rustig … rustig … inderdaad … ik wil hem mee naar huis nemen … maar het is echt een schatje … ik heb hem net gewassen en behandeld tegen vlooien en teken … ik heb een speciale deurmat gekocht … en prachtige kerstverlichting …’
Ze verbreekt de verbinding. De man kijkt me indringend aan en zucht.
‘Uw vrouw gaat het vast wel goed vinden …’
‘U kent haar niet …
Daar is de telefoon weer.
‘Nou, Schurkie … dat is de bel voor de volgende ronde!’
Dezelfde gillende stem.
‘Wacht!’ zegt de man, met verbluffende zelfbeheersing. ‘Ik loop even naar buiten … ik kan hier niet met je praten … er staat een meneer naast me!’ Hij legt zijn hand op het toestel en fluistert me toe: ‘Wilt u even op Schurkie passen? Dan kan ik even rustig bellen … alstublieft … dit is belangrijk voor me … u mag hem drogen … op de hoge stand … gewoon het knopje indrukken!’
Hoe zou ik kunnen weigeren?
‘Dank!’ Hij loopt weg en verdwijnt uit zicht.

Daar sta ik dan, met een wildvreemde, natte hond tegenover me. Maar ja, als honden eenmaal hun kop draaien en je schuin aankijken, met die vochtige ogen, dan ga je voor de bijl.
‘Goed … goed … ik blaas je wel droog …’ hoor ik mezelf zeggen.
Hij vindt het lekker, die föhn, en knijpt van genot zijn oogjes een beetje dicht. Wat een raadselachtig hondje ben jij eigenlijk, Schurkie. Je hebt geen halsband om. En wat zoek je in dit perifeer gelegen tuincentrum? Van wie ben jij geweest? Ben je ooit wel van iemand geweest?
Een schelle pieptoon. Het wasprogramma is afgelopen. Ik kijk naar Schurkie en voel tevredenheid. Hij ziet er zeer presentabel uit. Het lijkt wel of hij een total makeover heeft ondergaan.

Ik speur de hal af. Waar blijft het baasje? Ik wacht, vijf minuten, tien minuten … dit duurt te lang … ik wil naar huis … het is al laat …
Ik til Schurkie uit de douche, zet hem op de grond en pak de hondenlijn uit het winkelwagentje. Maar ik krijg de verpakking zo snel niet open. Tot overmaat van ramp zet Schurkie het op een lopen, waggelend, maar desondanks met een pittige snelheid.
‘Hierrr … blijfff!’
Onverstoorbaar loopt hij verder.
‘Hierrr!’
Als ik hem bijna te pakken heb, begint hij te grommen. Met vreemde honden moet je altijd op je hoede zijn, heb ik geleerd, dus ik laat hem gaan en volg op een paar passen afstand. Zo lopen en lopen we … rechtsaf, linksaf, rechtsaf, linksaf … eindeloos … het is niet bij te houden … ik verlies mijn oriëntatie.
‘Schurkie,’ roep ik met schorre stem, ‘we gaan terug … naar het baasje!’
Maar hij waggelt gedecideerd verder … een hoek om … nog een hoek … een lange gang … aan het eind schuift een deur automatisch open … warme lucht walmt naar buiten. We stappen naar binnen, ik bedoel: Schurkie stapt naar binnen, en ik volg.
Geroezemoes. Tientallen ronde, witte tafels met laaghangende, zacht brandende lampen erboven. De mensen aan de tafels zijn slecht te onderscheiden. Schurkie loopt door tot het midden, waar de grootste tafel staat, en gaat zitten. Hij kijkt me met zijn ooghoeken aan en hijgt van inspanning.
Wie zitten er rondom de tafel?
Ik tuur in het diffuse licht. Mijn hart slaat over. Daar … een grenzeloze lach op een zwart gezicht. Mandela. Naast hem zit een man met een witte omslagdoek en een rond, gouden brilletje op zijn neus. Gandhi. Aan de andere kant van de tafel zit een rijtje van vier. De gezichten zijn niet te onderscheiden, maar een man dichtbij me, ik zie alleen zijn rug, raadt mijn vraag en geeft het antwoord, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is: ‘Dat zijn … van links naar rechts … Boeddha, Jezus, Mohammed en Krishna.’
Ze spelen een kaartspel, maar ik kan niet zien welk. Ik zou aan willen schuiven, en mee willen doen, maar Schurkie blaft en zet zijn waggelkontje weer in beweging. Hij loopt in de richting van een kassa, met een lange rij ervoor. Hoewel de wachtenden zwijgen, is de stemming licht en opgeruimd.
Langzaam schuiven we op.
Dan ben ik aan de beurt. De caissière kijkt dwars door me heen. Ik voel dat ik bloos en kijk van haar weg. Ze pakt mijn hand en legt er iets in. Het voelt klein en rond aan, als een parel. Ik krijg geen tijd om te kijken, want ze vouwt mijn vingers eroverheen.
We moeten doorlopen, Schurkie en ik.
Bij de uitgang open ik mijn hand.
Leeg.
Leeg?
Schurkie staat naast me, en kijkt me aan, met die schuine kop.
‘Mag ik je oppakken?’
Dit keer gromt hij niet en ruikt lekker, naar shampoo en conditioner.
We lopen naar buiten, de parkeerplaats op. De koplampen van een auto knipperen.
Schurkie blaft blij.
Het baasje stapt uit.
‘Daar bent u!’ zegt hij, en bukt naar zijn hondje. ‘Dag schatje van me … ik heb goed nieuws … je mag met me mee naar huis … het vrouwtje vindt het goed!’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s