De melkopschuimer van Blokker (deel 3)

Koffie in Verona
De melkopschuimer van Blokker … deel 3. De eerste aflevering, geschreven in februari 2009, was in een vloek en zucht klaar, na een bezoek aan een Blokkerfiliaal. Een leuk niemendalletje, dat had ik voor ogen, een stukje dagelijks leven waaruit blijkt dat iedereen wel eens worstelt met de nukken van onze technische verworvenheden. Maar de problemen met het apparaat bleken hardnekkig. Gelukkig doen ze bij Blokker nooit moeilijk. Steeds weer kreeg ik een nieuwe opschuimer mee, met steeds weer die twee jaar fabrieksgarantie! Inmiddels ben ik aan mijn vierde exemplaar toe, en dat in een tijdsbestek van nauwelijks een jaar … en ik ben niet de enige, gezien de reacties die er op het stuk zijn gekomen.

De koffiemarkt expandeert de laatste jaren. Philips kwam met zijn Senseo, andere merken met hun eigen chique apparaten, inclusief de erbij horende peperdure cupjes. Sinds Nespresso George Clooney heeft ingehuurd, wil niemand meer koffie van een pruttelend koffiezetapparaat. In het kielzog van de kwaliteitskoffie kon de melk niet achterblijven. Zo ontwikkelde de Duitse fabrikant Frischli een speciale ‘cappuccinomelk’ en diverse modellen melkopschuimers zagen het daglicht, van Nespresso, Lattemento … en van Blokker (onder de merknaam Tomado). Zo jaagt de ene technische ontwikkeling de andere aan en komen we steeds dichter bij de hemel … duw je lippen zachtjes in het wollige melkschuim, of, zoals iemand het in een reactie omschreef, ‘kosmisch schuim’. De melkopschuimer brengt de verbeelding aan de macht! Voor de duur van een kopje koffie waan je je in een betere wereld en komen zoete herinneringen naar boven. Zo brengt een mooie schuimlaag mij nog wel eens terug naar dat ongenadig mooie plein in Verona, Italië. Lekkere zon, weldadig terras, gezellige markt. Binnen legt een barista zijn ziel en zaligheid in de bereiding van jouw koffie. Je kijkt nog eens naar de prachtige gevels van de huizen rondom het plein en drinkt, nee, nipt aan je koffie, je kosmische koffie. De foto boven getuigt van die historische gebeurtenis in de zomer van 2004.

Maar dan wordt de droom verbroken. De melkopschuimer werkt maar half of helemaal niet meer. Van hemelse hoogte val je terug op de aarde. En wat doe je in zo’n geval, als modern mens? Zoeken op internet! Nu biedt de programmatuur achter deze weblog de mogelijkheid de zoektermen te zien die zijn ingevoerd. Een paar voorbeelden:

tomado melkopschuimer ervaringen

melkschuimer stuk

melkschuimer schoonmaken

lattemento melkopschuimer gebruiksaanwij

nespresso melkopschuimer koekt aan

schuimer tomado warmt niet op

melkschuimer nespresso kapot

Bijna krijg je de neiging een lotgenotengroep op te richten. Stichting Melkopschuimerleed. Ligt het toch niet aan jou, dat hij steeds weer stuk gaat! Gedeeld leed is half leed. Daarom heb ik een paar weken geleden toch weer een mailtje naar de klantenservice van Blokker gestuurd, met de vraag of ze mijn problemen met het apparaat herkenden. Dit was het antwoord: ‘In uw mail stelt U een vraag over de melkopschuimer van Tomado. Dit artikel is in een zeer grote oplage verkocht in de Blokkerwinkels. Natuurlijk zijn er ook wel eens klachten over dit artikel, maar de meeste klanten zijn zeer tevreden met hun aankoop. Mocht U besluiten een Tomado melkopschuimer aan te schaffen, wensen wij U een smakelijk kopje koffie met een mooie schuimlaag toe.’

De melkopschuimer is een exemplarisch voorbeeld van onze wegwerpmaatschappij, die draait op het in hoog tempo produceren van eendagsvliegen. Evengoed zou ik het kunnen hebben over mijn derde waterkoker en mijn eveneens derde broodbakmachine (van de Aldi). Allemaal stuk, soms al na een paar weken. Vervolgens kun je jaren doorgaan met het kopen en weer inruilen van halfbakken technologie. Daar zou het Ministerie eens iets aan moeten doen. Verbied dit soort apparaten, spreek de winkels en fabrikanten op hun pulp aan, ontmoedig de consument dit soort dingen te kopen. Harde lijn! Spierballen! Als consument rest ons slechts één strategie. Koop een goede garde, bij de Blokker, dat wel, want die winkel kunnen we niet missen. Warm je melk op en kloppen maar … gewoon met de hand … levert best aardig schuim op!

Klik hier voor deel 2 over de melkopschuimer!

Ode aan de kool!

Boerenkool in de sneeuw

En dan, ineens, dwars door de global warming heen, is er een échte winter. Het land zucht en kreunt. Files. De Spoorwegen op tilt. Sneeuwduinen. Weeralarm. En zout, heel veel zout, dat gestrooid wordt. Dat zout slecht is voor veel planten, hoor je nauwelijks. Ontkiemende zaden en bladknoppen houden niet van verzilte bodems. Maar de ondergesneeuwde boerenkool in het moestuintje (zie foto) zal het worst wezen. Want die kan goed tegen zout, wat geen wonder is omdat ze van oorsprong uit kuststreken afkomstig is. En tegen de kou kan ze ook al goed … kranige en krachtige superplant!

Toch maken koolplanten vaak weinig indruk. Vraag mensen naar hun meest populaire plant, zelden zullen ze ‘kool’ noemen. Sterker nog, de plant staat soms in kwalijk daglicht. Wat te denken van ‘spruitjeslucht’, die een metafoor is voor oude, vastgeroeste, moralistische opvattingen? Maar de kool heeft alle revoluties overleefd. Niet klein te krijgen deze soort, die een fraaie wetenschappelijke naam draagt: Brassica oleracea!

De koolvariëteiten die we kennen – koolraap, rammenas, rode kool, witte kool, boerenkool, spruitkool, broccoli, bloemkool – behoren biologisch gezien tot één soort. Daarom is het woord ‘kool’ een icoon voor het menselijk ingrijpen in de natuur, voor de overgang van wilde plant naar cultuurplant. Misschien aardig, de volgende oefening, als je in de supermarkt bent, op de groentenafdeling, en oog in oog staat met die waaier aan koolvariëteiten. Sluit eventjes de ogen, laat je verbeelding de vrije loop en ga zo’n vijfduizend jaar terug in de tijd. Visualiseer onze rondtrekkende en jagende voorouders, die van wilde vruchten en opgegraven wortels leefden. Eens verruilden ze hun rondzwervende bestaan voor een leven op een vaste plek. Tijdens deze ingrijpende fase van de menselijke ontwikkeling begonnen ze eerst met het tam maken, het domesticeren (‘bij huis halen’), van wilde dieren. Daarna waren de wilde planten aan de beurt. Die werden gezaaid op de voedingsrijkere, door dieren bemeste bodems, dicht bij huis. Zo ontstonden de eerste grotere, malsere en beter eetbare cultuurplanten. Generatie na generatie verzamelden boeren na de oogst alleen de zaden van de gewenste planten, die daardoor drastisch van uiterlijk en eigenschappen veranderden. Zo zijn door de tijd heen uit bijvoorbeeld wilde grassoorten onze granen ontstaan. Uit de wilde cichorei, die ’s zomers die ongekend mooie, blauwe bloemen vormt, ontstonden witlof en andijvie. En dan al die koolvariëteiten! Ergens rond de kust van de Middellandse Zee begon de veredeling van het wilde koolplantje, dat daar nog steeds groeit. Door gerichte selectie ontstonden al die koolvariëteiten: uit de wortels de koolraap en rammenas, uit de bladeren de boerenkool, uit de okselknop de spruitkool, uit de bloemknoppen de broccoli en bloemkool en uit de hoofdknop de rode en witte kool. Stuk voor stuk gewassen met een hoge voedingswaarde. En dat allemaal dicht in de buurt, zonder het gebruik van kassen en zonder energieverslindend transport. Met recht verdient kool een ereplaats in de duurzame eregalerij van slow food!

Het eeuwenlang veredelen van voedingsgewassen heeft geleid tot fraaie resultaten, die we in onze tijd vaak vergeten zijn. Want in dit tijdperk van mondialisering eten we meestal ‘wereldrassen’ die, door het gebruik van kunstmest, bestrijdingsmiddelen en biotechnologie, overal kunnen groeien. Tot in de twintigste eeuw had iedere streek – met zijn specifieke klimaat, bodem, landschap en gewoontes van de boeren – zijn eigen, optimaal aangepaste rassen. Deze ‘streekrassen’ hebben vaak prachtige namen die verwijzen naar de streek waar ze vandaan komen, zoals Westerwolds raaigras, Flakkeese winterwortel, Amelander rogge en Langendijker bewaarkool. Deze ‘vergeten’ gewassen drukken op weergaloze wijze uit hoe de relatie van de mens tegenover de plantenwereld is veranderd. Maar we hoeven niet ver te zoeken. Dat lange en verre verleden kunnen we ook ervaren bij de koolgewassen. Eén stamppotmaaltijd staat garant voor duizenden jaren cultuurgeschiedenis. Smakelijk eten!

Een duurzame kerst(boom)

Duurzame kerstboom

Daar staat hij dan, de duurzame kerstboom. Een wonderlijk ding, dat wel.

Hier volgt zijn ontstaansgeschiedenis.

Lastig, een boom die te dicht op het huis staat. Bomen groeien, zonder ophouden, zeker een esdoorn. Vroeger of later moet je snoeien. Maar snoeien doet groeien, dus er is geen houden aan. Onvermijdelijk breekt dat moment aan waarop je je afvraagt: wel of niet kappen?

Dit jaar was het zover. De kogel ging door de kerk. H(uisgenoot) vroeg een kapvergunning aan, na norsig, licht geïrriteerd overleg. Want het is niet leuk om een boom te kappen. De gemeente vond het goed, na betaling van 106 euro. Volgende stap: een beul. Er werd gekozen voor M., die op vrijdag 27 november zou komen.

De avond ervoor, tijdens het verrijden van de groenbak naar de straatrand, keek ik nog eens omhoog, naar de kale boomkroon. In een licht melancholische stemming borrelden herinneringen omhoog. Ik dacht aan de zon die de esdoorn tijdens warme zomerdagen had tegengehouden … het strijklicht dat hij in de vroege avond toverde … de kool- en pimpelmezen die in het nestkastje hadden gebroed … de stramme stam tijdens een loeiende storm … de mensen die het huis wisten te vinden omdat hij er stond … de zaadjes in de herfst, die ingenieuze ‘helikoptertjes’ … de overstroming die in het huis ontstond toen de dakgoot door zijn bladeren verstopt raakte. Nog een keer keek ik omhoog, en zag een paar sterren fonkelen, door de takken heen. Misschien was dát wel het moment waarop, achteraf gezien, vaststond wat de volgende dag ging gebeuren.

Op die vrijdagochtend kwam M. aanrijden, met zijn stoere jeep en de nog lege aanhanger.

H. verliet het pand, omdat ze moest werken.

We stonden op de stoep, M. en ik, aan de voet van de boom, treuzelend, aarzelend. Er hing een onbestemd gevoel in de lucht.
‘Eigenlijk wel een mooie boom, vind je niet?’
Hij knikte.
Na nog een paar schijnbewegingen floepte ik die Grote Vraag eruit: ‘Toch maar niet kappen?’
Alsof het afgesproken werk was, kwam M. met een tussenoplossing en leerde me een nieuw, prachtig woord: ‘kandelaberen’. Dit houdt in dat alle zijtakken worden afgezaagd, tussen 0,5 en 2 meter vanaf de hoofdstam.

Met de moed der wanhoop hakte ik de knoop door. Niet kappen werd het, noch snoeien, maar kandelaberen … zo’n woord kan je niet aan je voorbij laten gaan!

Als een ware alpinist klom M. de boom in. Wat een vakman, die zich met recht boomverzorger mag noemen! Met een kundig oog zaagde hij tak na tak eraf, die ik vervolgens verknipte en op de aanhanger legde. Op het hoogste punt, zo’n tien meter boven de grond, riep hij, hangend in de touwen: ‘We zijn net twee ondeugende jongetjes!’

Hij had gelijk. Want wat zou de buurvrouw zeggen, die dorstig was naar meer licht in haar voortuintje? En, vooral: wat zou H. zeggen, die het hele kapproces in gang had gezet en de vergunning had aangevraagd? Ze zou, terecht, heel boos kunnen worden, al was het maar om die 106 euro.

‘Koffie!’
M. zeilde behendig naar beneden.

En toen gebeurde het … H. kwam onverwacht langs, om naar de vorderingen van de werkzaamheden te kijken. Hoopvol keek ze omhoog. Tegen M. zei ze, hardop denkend: ‘Dus eerst zaag je de zijtakken kort … om daarna makkelijker met de kettingzaag omhoog te kunnen klimmen!’

Ze had nog niets door.

We boden haar koffie aan, met luxe pepernoten van de banketbakker. Het Sinterklaasfeest was immers onderweg. Ze zat er wel mee, met dat kappen, zei ze nog tegen M., ‘maar de kogel was nu door de kerk … en de buurvrouw …’

In een vloeiende beweging boden we een tweede ronde koffie aan, met nóg meer pepernoten. Je kon zien dat ze onraad voelde, dat we iets achterhielden, maar de waarheid is sneller dan de leugen. Na een kleine, finale suggestie drong het tot haar door. Ze schrok en was boos, teleurgesteld, maar hield zich in.

Een derde ronde koffie zou teveel zijn geweest en de pepernoten raakten op. Maar we hadden geluk, want ze moest weer aan het werk. De ruzie doofde uit en ging ondergronds.

We sloften weer naar buiten, om het karwei af te maken. M. klom omhoog om verder te kandelaberen. Met bewondering keek ik naar zijn werkzaamheden. Waar kom je ze nog tegen, de groene mannen die vanuit de boom denken? Die van tegenwoordig hebben geluiddempers op de oren en maken een hels kabaal met hun bladruimers, kettingzagen, houtversnipperaars en sjormachientjes.

‘Klaar!’
M. daalde voor de laatste keer langs de touwen af. De aanhanger had inmiddels een flinke kop snoeihout. De dikkere stammetjes legde ik op een stapeltje: voor de open haard van volgend jaar.

H. heeft er verder niet veel woorden aan vuil gemaakt, om de goede vrede te bewaren.

Nu wilde het toeval dat ik haar had getrokken voor 5 december. Soms is het lot hard, maar nu bood het een unieke gelegenheid om de emoties rond de gekandelaberde boom te kanaliseren. De surprise was snel gemaakt. Een lange paal, rechtop gestoken in een emmer met zand. Rondom gaten boren in het hout, deuvels erin met een likje houtlijm. Laatste stap: gaten boren in de esdoornstammetjes en die vervolgens op de deuvels duwen. Klaar!

Na het gedicht mocht H. de meegeleverde kettingzaag gebruiken en alsnog de boom omzagen. Maar, na een spannend moment van innerlijk beraad, deed ze dat deed niet. Sterker nog, de surprise mocht niet worden weggegooid en is inmiddels omgevormd tot de alternatieve kerstboom. Vrede op aarde! Er hangen nu engeltjes in, een draad met elektrische lichtjes van IKEA én echte kaarsjes. Zie hier de onverwoestbare kracht van de metamorfose! Van esdoorn naar kerstboom. Klimaatneutraal van Sinterklaas naar Kerst.

Alles aan zee wordt duurder

poort-van-bloemendaal

In Bloemendaal aan Zee, waar de weg door de duinen links afbuigt en overgaat in de boulevard naar Zandvoort, staat dit gebouw. De oplevering van de erin gevestigde strandappartementen nadert. Nog maar een paar zijn er te koop!

Ik weet dat het zinloos is om je op te fokken over iets waar je geen invloed op hebt. Maar hoe durven ze zó radicaal het uitzicht naar de open ruimte van de zee te belemmeren! En dat terwijl er steeds vaker wordt gesproken over de verrommeling van het Nederlandse landschap. Jaren geleden stond op dezelfde plek een strandtent. Ik weet de naam nog: de ‘Zonnehoek’. Maar die telde één verdieping. Deze dinosauriër (door journaliste Hilde de Haan aangeduid als ‘plompe klont’) telt vijf verdiepingen.

Op zoek naar de architect. Het blijkt te gaan om Björn Knetsch, van B.A.S.E.designers. Het gebouw heet ‘De poort van Bloemendaal’ en heeft als bijnaam de ‘koperen kathedraal’. Ach ja … natuurlijk … na verloop van tijd gaan de koperen platen oxideren, en worden groen. Die kleur moet je er dus even bijdenken op de foto. De opdrachtgever, de gemeente Bloemendaal, wilde een landmark in het duinlandschap. Welnu, dat is Knetsch gelukt. Want zelfs op flinke afstand, ergens op een hoog punt in de Kennemerduinen, zie je de kathedraal liggen. Niet te missen! En nu even diep inademen en de veiligheidsriemen omdoen, want Knetsch komt aan het woord: ‘Het ontwerp is een combinatie van de elementen uit de omgeving zoals de scherpe belijningen van zand na storm of regen en de keuze voor het mooiste uitzicht. Een samenspel van de gebogen lijnen met solide strekdammen van basalt en de veranderingen van kleuren en materialen onder invloed van de elementen.’

Als je niet beter weet, denk je: dit is een man met visie! Die kathedraal past naadloos in de omgeving, als een organisch element op de grens tussen land en zee. Maar als je het eenmaal in het echt hebt gezien, dan weet je wel beter. Knetsch brabbelt loze woorden. Het gebouw is een kras in de omgeving. Nee: een wond. Ja, beste gemeente Bloemendaal, waarom moet de laatste duinenrij eigenlijk een landmark hebben? Die duinenrij ís toch al een landmark?

Afgelopen weekend fokte ik me weer op. Dom natuurlijk. Maar ik kreeg per ongeluk de advertentie in een woonkrant onder ogen. ‘Unieke luxe strandappartementen! Gelegen aan het mooiste strand van Bloemendaal vindt u twaalf nieuwe appartementen met een subliem uitzicht op zee.’ Er waren kijkdagen, zei de advertentie. Uit nieuwsgierigheid gingen we erheen. Of uit zelfkwelling? Ook hadden we, ondanks alle ellende, een vleugje hoop: wie weet overtuigde het gebouw van binnen wél!

We konden zó binnenlopen bij deze seaview apartements. De begane grond was nog betonnerig kaal. Een plattegrond gaf aan dat hier een restaurant was gepland, met aan de zeezijde een groot terras. Ook de appartementen waren nog kaal, op een enkel keukenblok en een inpandige sauna na. Nee, niet echt bijzondere kamers. Zelfs het uitzicht viel tegen. Aan de ene kant de snackbar waar vandaan bovenstaande foto is genomen en die overduidelijk softijs verkoopt. Aan de andere kant de drukbereden boulevard naar Zandvoort, met een lang lint geparkeerde auto’s ernaast. Onder, aan de voet van het duin, een paar horecatenten. Alleen op de bovenverdieping, in een penthouse met twee verdiepingen, heerste redelijke rust. Als je niet te dicht bij het raam ging staan was je alleen met de zee … woeste zee … ja … wat zou de zee eigenlijk van dit gebouw vinden?

We liepen terug, naar beneden, naar het toekomstige restaurant, in de armen van een makelaar. Hij probeerde ons in te schatten. Kijkers of kopers?

Ik gooide de Grote Vraag eruit: ‘Hoeveel kost het penthouse?’

‘1,3 ex!’

‘1,3 ex?’

‘Ja, 1,3 miljoen euro, exclusief BTW!’

Even waren we er stil van, maar hij ratelde verder, in die typische makelaarstaal. ‘Mensen kopen dit als tweede appartement … vooral mensen die veel reizen … mensen van ambassades … de meesten kopen het als belegging … want alles aan zee wordt duurder …’

Zijn diepe basstem galmde onder de zwart geverfde snor vandaan, het virtuele restaurant in. Van schrik hoorde ik mijn eigen stem, misschien wel een octaaf hoger … nee … zag ik hem denken … dat jongetje zal nooit van zijn leven dat penthouse kunnen kopen!

‘Het is wel beetje druk in de omgeving!’, probeerde ik nog. Hij begreep wat ik bedoelde en wees naar de snackbar. ‘Die zit hier al dertig jaar, maar de eigenaar wil er niet mee stoppen. Het liefst had de projectontwikkelaar de snackbar op willen kopen, om de directe omgeving mooier te kunnen maken.’

Ik visualiseerde de snackbarbaas en voelde bewondering voor hem opkomen. Nee, die ging niet wijken voor dat monster naast hem. Ineens keek ik anders aan tegen dat reuzenmodel van een softijsje. Het leek wel een wapen in de strijd en bovendien niet lelijker dan de ‘Poort van Bloemendaal’.

Tientallen jaren zullen we er tegenaan moeten kijken, tegen dit landmark. Ik moet denken aan wat de kunsthistoricus Wim de Wagt me een keer vertelde. Als je ergens een gebouw neerzet, moet je eerst nadenken over wat dat gebouw aan de omgeving ten positieve gaat teruggeven.