De melkopschuimer van Blokker (deel 2)

cappuccinomelk

In een eerder bericht schreef ik over mijn avonturen met de melkopschuimer van de firma Blokker. Dramatische gebeurtenissen op de vierkante (keuken)meter! Inmiddels gaat het niet veel beter met het apparaat … overlopend melkreservoir, morsend uitschenken, het drukknopje dat keer op keer verdwijnt achter het metalen omhulsel. Maar ja, je hebt zo’n ding nu eenmaal, en dan ga je er ondanks alles (of misschien wel dankzij) een beetje van houden. Ze zeggen wel eens dat materie dood is. Nou, mijn opschuimer is hartstikke bezield!

En ineens gloorde er hoop voor mijn apparaat, door een product dat ik niet kende: cappuccinomelk. Gemaakt door de Duitse fabrikant Frischli die spreekt over ‘dé melk voor het opschuimen (…) en voor het verwennen van de veeleisende melk- en koffiegenieter’. Wel wat aan de prijs … maar niet gezeurd … aan de slag … hoop doet leven!

De eerste sessie begon hoopvol: geen gemors! Verbaasd tilde ik het dekseltje van de melkopschuimer omhoog, en stond oog in oog met een ferme lik, stormvast schuim. Even moest ik denken aan het kapsel van Geert Wilders. Het uitschenken was een vervreemdende ervaring: onder de schuimlaag, die het apparaat niet wilde verlaten, sijpelde een dun straaltje melk weg. Met behulp van een houten lepel schepte ik wat schuim uit het reservoir en streek dat, via de rand van mijn kopje, op de koffie, waarbij een zoete geur vrijkwam. Het was een wonderlijk schouwspel. Chemie in het dagelijks leven. Hoe krijgen ze dat voor elkaar, bij Frischli? De verpakking gaf een eerste antwoord: ‘De kwaliteit ontstaat door een verhoogd gehalte eiwit en een optimaal vetgehalte van 2,5%.’ Eigenlijk klop je dus eiwitten op, met deze cappuccinomelk, alsof je een soufflé maakt. Maar er moest meer aan de hand zijn, want dit schuim had een té vreemde textuur … de lijst met ingrediënten … volle melk (71%), magere melk (28%), de onvermijdelijke suiker (vandaar natuurlijk die zoete geur), melkeiwitproduct, aroma en dan een raadselachtig woord … natriumalginaat.

Alginaat?

Via internet kwam het antwoord snel. Alginaat wordt gemaakt uit zeewier en in poedervorm verhandeld. Met water erbij ontstaat een stevige, flexibele massa. Veel toegepast voor het maken van maskers, afgietsels en mallen, zoals bij kunstgebitten. Ook in gebruik in de restauratiewereld en de cosmetica- en verfindustrie. In de voedingsindustrie wordt alginaat ingezet als … verdikkingsmiddel … het laatste puzzelstukje. Eiwit en alginaat: zó maak je die fiere schuimkop! Slimme jongens, daar bij Frischli.

Zo stapelt zich wonder op wonder. Want als ik aan melk denk, zie ik koeien voor me. Maar dit is gedefragmenteerde melk met aroma erin, en planten. De voedingsindustrie ten voeten uit! Bewerken en nog eens bewerken, uitpersen, extraheren, husselen, toevoegen, enzovoorts. Moderne alchemisten zijn het, die voedseltechnologen. Eigenlijk is het net als met de kredietcrisis. Die heeft, in een andere laag, een vergelijkbare dynamiek: creëer een onnavolgbare reeks aan leenproducten, schud die door elkaar en bundel ze samen. Snijd ze daarna in stukken en verkoop net zolang door totdat je niet meer weet hoe het allemaal is begonnen. Mensen blijven mensen, of ze nu in de financiële sector werken, of in de voedingsindustrie. Ik heb het niet afgewacht, maar ik durf er gif op in te nemen: als ik een uur achter mijn Frischlikoffie was blijven zitten, dan was dat Wildersschuim zeker ingestort!

Klik hier voor deel 3 over de melkopschuimer!