Kamperen is uit de mode

Kamperen is uit, althans het ‘toeristisch kamperen’: zóveel bij je hebben dat je mobiel (te voet of met de fiets) een volgende kampeerplek kunt bereiken. Alleen een selecte groep zal dat blijven doen, de rest beweegt zich voort in caravans en campers volgestouwd met ‘dingetjes’.

Dingetjes.

Misschien is dát wel vakantie: het verplaatsen van dingetjes. Mijn belangrijkste dingetje van dit jaar was een nieuwe zwembroek. Ik had nog zo’n oude, met lange pijpen, maar daar kun je niet meer mee aankomen. Op naar een nieuwe, wat trouwens nog een hele klus was. Want waar koop je een zwembroek? Uiteindelijk kwam ik tijdens een loeihete dag terecht bij een buitensportzaak. Ik moest naar de tweede verdieping, onder het dak en zonder airco. Daas van de hitte vond ik uiteindelijk een rek. Moedeloos keek ik naar de hangertjes. Opzichtige opdrukken, schreeuwende kleuren.
Een verkoopster liep op me af en vroeg waarnaar ik op zoek was.
‘Een zwembroek …’
‘Voor uzelf?’
‘Ja …’
‘Maar,’ zei ze, licht gegeneerd. ‘U staat bij de rekken met junior …’
‘Junior?’
‘Ja … dit zijn zwembroeken voor kinderen!’
Het was te warm om me te schamen.
Een paar rekken verderop vond ik een rijtje bescheiden ogende exemplaren voor volwassenen. Ik kocht een eenvoudige, intuïtief en snel, want ik wilde naar buiten, weg uit die sauna.

Pas thuis zag ik dat er tóch een tekst op de zwembroek stond: Speedo. Ik zag mezelf al lopen over de camping. Mensen op klapstoelen zouden naar me wijzen, elkaar aanstoten en lachen. Voor de zekerheid het merk maar even op internet nagezocht … een meevaller! Speedo blijkt een gerenommeerd merk te zijn, aanbevolen door Michael Phelps, het beest dat ooit tijdens de Olympische Zomerspelen in Peking acht gouden medailles won. Op de website zegt hij: ‘I want to test my maximum and see how much I can do. I want to change the world of swimming.’ Kortom: een schot in de roos, die zwembroek.

De vakantie brak bijna aan. Mijn dingetjes waren ingepakt, inclusief de nieuwe Speedo. Voor het vertrek die twijfel of je alles wel bij je hebt. Toch maar even het internet op en gegoogled op het woord ‘paklijst’. Ik kwam terecht bij de ANWB: ‘Vul de ANWB Paklijst kamperen in en vink aan wat u mee wilt nemen’. En dan gebeurt er iets vreemds. Ik ben toch bewoner van deze planeet? Waarom ken ik dan niet alle dingetjes die op de paklijst staan? Bijvoorbeeld: een ‘digikluis’ … nee … ik wil het ook niet weten … heb je vast weer inlogcodes en wachtwoorden voor nodig. Op de lijst stond nóg een onbekend woord. Een fraai woord, waar je niet omheen kan … een skottelbraai! Dat blijkt zo’n zwart, UFO-achtig ding op pootjes te zijn. Je kunt ermee koken, bakken, grillen, barbecueën, wokken. Werkt op gas, dat is wel zo veilig tegen bosbranden en geen gedoe meer met spiritus. Ja, zo werkt het bewustzijn: je leert een nieuw woord en een onbetreden universum opent zich. Daarna zie je ze overal staan, die skottelbraaien, bij huizen, tenten, caravans, campers …

Terug naar de paklijst van de ANWB. Het was confronterend, maar nóg meer woorden bleek ik niet te kennen … steunpoten … slinger uitdraaisteunen … hulpspiegels … disselweger … Geen twijfel mogelijk: bij de ANWB staat kamperen gelijk met het je verplaatsen in caravan of camper. Lichtgewicht tentjes zijn uit en daarmee ook het toeristisch kamperen. Zo’n skottelbraai past niet in je rugzak en een ‘satellietschotel/-ontvanger’, die ook op de ANWB-paklijst staat, is te groot voor je bagagedrager.

En dan breekt de vakantie aan. Lange, heerlijke dagen vertoef je in veld, bos en heuvels, zwem je met de nieuwe Speedo in prachtige meren. Maar tegen de avond breekt het onvermijdelijke moment aan: je moet naar een camping. En ja hoor, daar zijn ze, bij tientallen, de skottelbraaien en disselwegers. Er waren zelfs twee mannen die een Speedo droegen!

Tentje opgezet en even weg voor een avondwandeling. Bij terugkomst stond er een caravan pal naast ons. Merkwaardig, want er was ruimte genoeg. De mensen waren niet kwaadwillend, maar kleine tentjes blijken buiten het bewustzijn van de moderne kampeerder te vallen. Ze zien je gewoonweg niet. Maar niet getreurd! Van de nood heb ik maar een deugd gemaakt en me verdiept in de verschillende vervoers- en verblijfsmiddelen op de camping. Op de onbetwiste eerste plaats staat voor mij Hymer. Dat is echt een turbomerk! Ik zag zelfs een exemplaar met een inpandige schuur, waarin twee brommers stonden. Binnen flitste de breedbeeldtelevisie, op het dak draaide de satellietschotel. Een paar dagen later kwam ik van de Hymer-collectie zelfs het beste paard van de stal tegen, de Hymer Liner. Werkelijk, dat is een mastodont! Op de website van de fabrikant staat een ode: ‘My home is my castle. Waarheen u ook onderweg bent, met de Hymer Liner slaat u overal een goed figuur. Alleen al het uiterlijk getuigt van de charmante discretie en functionaliteit in de luxueuze Premium-categorie.’ Daar kun je met je tentje niet tegenop: ‘Twee bagageruimkleppen die toegang bieden tot een doorlopende, vlakke dubbele vloer, drievoudige ruitenwisser op het panoramaraam. Functionele oplossingen in dynamische, markante vormen.’

De Tyrannosaurus stond bij de uitgang van een camping. De eigenaar stapte de receptie uit, kwam trots aanlopen en sloeg, aan de blikken van de omstanders te beoordelen, inderdaad een ‘goed figuur’. Hij klauterde naar binnen, sloeg de deur met een breed gebaar dicht en reed weg. Op de achterkant las ik zijn lijfspreuk, die met plakletters onder de merknaam Hymer was aangebracht: Unser 5 ***** Sterren Hotel.

Het Tijdperk van het Toeristisch Kamperen ligt achter ons. Alleen idealistische organisaties, zoals de onvolprezen NTKC, zullen dit oude ambacht in ere houden. Als mensheid zijn we definitief beland in het Tijdperk van de Dingetjes. Steeds meer paardenkrachten zullen we nodig hebben, steeds meer ruimte, om alles te kunnen verplaatsen. Het is een wonderlijk Tijdperk, waarin de mens zich wel verplaatst maar in feite niet van huis is. Want van thuis neem je zoveel mogelijk mee. In het Tijdperk van de Dingetjes reis je zonder te vertrekken.